Richtlijn |
Als je de opmaak incorrect gebruikt niet volgens de specificatie hinder je de toegankelijkheid. Als je de opmaak oneigenlijk gebruikt voor een presentatie-effect (bijvoorbeeld als je een tabel gebruikt voor layout of een kop om de fontafmeting te veranderen) maak je het gebruikers met speciale software moeilijk om de indeling van de pagina te begrijpen of om erdoor te navigeren. Bovendien, als je presentatiemopmaak gebruikt in plaats van structurele opmaak om structuur over te brengen (bijvoorbeeld als je iets met een PRE-element maakt wat op een tabel moet lijken) maak je het andere apparaten moeilijk om een pagina begrijpelijk weer te geven (zie ook de beschrijving van het verschil tussen content, structuur en presentatie
Contentontwikkelaars komen wel eens in de verleiding om constructies te gebruiken (of te misbruiken) die op oudere browsers een gewenst formatteringseffect hebben. Zij moeten dan wel bedenken dat deze gewoontes toegankelijkheidsproblemen veroorzaken en zich afvragen of het formatteringseffect wel belangrijk genoeg is om het document ontoegankelijk te maken voor sommige gebruikers.
Aan de andere (uiterste) kant moeten contentontwikkelaars geen geschikte opmaak opofferen omdat een zekere browser of hulptechnologie die niet correct kan verwerken. Zo is het bijvoorbeeld raadzaam om het TABLE-element in HTML te gebruiken om tabelinformatie op te maken, al zullen er oudere schermlezers zijn die parallelle tekst niet correct kunnen verwerken. Een correct gebruik van TABLE en het creëren van tabellen die zich netjes laten transformeren (zie ook richtlijn 5) maakt het software mogelijk om tabellen anders dan als tweedimensionale roosters weer te geven.
IJkpunten voor richtlijn 3. |
|
|

