Richtlijn |
Als contentontwikkelaars veranderingen van de natuurlijke taal in een document aangeven, kunnen spraaksynthese- en brailleapparaten automatisch switchen naar de nieuwe taal, waardoor ze het document toegankelijker maken voor meertalige gebruikers. Contentontwikkelaars moeten de overheersende natuurlijke taal van de inhoud van een document aangeven (door opmaak of HTTP-headers). Contentontwikkelaars moeten ook de volledig uitgeschreven teksten van afkortingen en acroniemen geven.
Behalve dat ze hulptechnologieën van dienst is, geeft opmaak in een natuurlijke taal zoekmachines de gelegenheid trefwoorden te vinden en documenten in een gewenste taal te identificeren. Opmaak in een natuurlijke taal verbetert ook de leesbaarheid van het Web voor alle mensen, inclusief mensen met leermoeilijkheden, cognitieve problemen of mensen die doof zijn.
Als afkortingen en veranderingen in de natuurlijke taal niet worden aangegeven, worden ze mogelijk onontcijferbaar, als ze in brailleschrift of synthetische spraak worden omgezet.
IJkpunten voor richtlijn 4.|
|
|

