Zorg ervoor dat de gebruikersinterface principes van toegankelijk ontwerp volgt: apparaatonafhankelijke toegang tot functionaliteit,
toetsenbordbesturing, self-voicing, etc.
Als een ingebed object zijn "eigen interface" heeft, moet de interface evenals
de interface tot de browser zelf toegankelijk zijn. Als de interface
van het ingebedde object niet toegankelijk gemaakt kan worden, moet een alternatieve toegankelijke oplossing worden geleverd.
NB. Raadpleeg s.v.p. de User Agent Toegankelijkheids Richtlijnen ([WAI-USERAGENT])
en de Authoring Tool Toegankelijkheids Richtlijnen ([WAI-AUTOOL]) voor informatie over toegankelijke interfaces.
Volgende dia: Richtlijn 9.