Voorbeelden: Curriculum WAI Toegankelijkheid van Web Content
door Chuck Letourneau & Geoff Freed
Inhoud
- Inleiding tot de Voorbeelden
- 1.1a een tekstequivalent voor afbeeldingen en grafische knoppen.
- 1.1a vervolg.
- 1.1a vervolg.
- 1.1b een tekstequivalent voor grafische representaties van tekst (met inbegrip van symbolen).
- 1.1c een tekstequivalent voor image map regions.
- 1.1d een tekstequivalent voor animaties (bijvoorbeeld GIF-animaties ).
- 1.1e een tekstequivalent voor applets en programma-objecten.
- 1.1f een tekstequivalent voor ASCII-kunst.
- 1.1f vervolg.
- 1.1g een tekstequivalent voor frames.
- 1.1h een tekstequivalent voor scripts.
- 1.1i een tekstequivalent voor afbeeldingen die gebruikt worden als bullets.
- 1.1j een tekstequivalent voor afbeeldingen die gebruikt worden als "spacers".
- 1.1k een tekstequivalent voor geluiden (met of zonder gebruikersinteractie gespeeld).
- 1.1l een tekstequivalent voor op zichzelf staande geluidsfiles.
- 1.1m een tekstequivalent voor geluidssporen van video.
- 1.1n een tekstequivalent voor video.
- 1.2 Lever
tekstlinks voor ieder actief gebied van een
server-side image map.
- 1.3 Totdat user agents
automatisch de tekst van een beeldspoor hardop kunnen
voorlezen kan je een auditieve beschrijving geven van de
belangrijke informatie van het beeldspoor van een
multimediapresentatie.
- 1.3 vervolg
- 1.4 Voor
iedere tijdgerelateerde multimediapresentatie kan je equivalente
alternatieven synchroniseren met de
presentatie.
- 1.4 vervolg
- 1.5 Totdat user agents
tekstequivalenten voor client-side image map links kunnen
weergeven, kan je tekstlinks leveren voor elk
actief gebied van een client-side image map.
- 2.1 Zorg ervoor dat
alle informatie die met behulp van kleur wordt
overgebracht ook beschikbaar is zonder kleur,
bijvoorbeeld uit de context of uit de opmaak.
- 2.2 Zorg ervoor dat
combinaties van voorgrond- en achtergrondkleur voldoende
contrast geven, als ze gezien worden door iemand met
kleurenblindheid of als ze op een zwart-wit beeldscherm
zijn te zien.
- 2.2 vervolg.
- 3.1 Als er een
geschikte opmaaktaal bestaat, gebruik dan liever opmaak
dan afbeeldingen om informatie over te brengen.
- 3.2 Creëer
documenten die zich conformeren aan gepubliceerde
formele grammatica's.
- 3.3 Gebruik style
sheets om de layout en de presentatie te sturen.
- 3.3 vervolg.
- 3.4 Gebruik liever
relatieve eenheden dan absolute eenheden als je in
opmaaktalen waarden toekent aan attributen en
eigenschappen in style sheets.
- 3.5 Gebruik
headerelemenen om de documentstructuur over te brengen en
gebruik ze volgens de specificatie.
- 3.5 vervolg
- 3.6 Maak lijsten en
lijstelementen op de juiste manier op.
- 3.6 vervolg.
- 3.7 Opmaak citaten. Gebruik
het citaat-element niet om formatteringseffecten te
bereiken, zoals inspringen.
- 3.7 vervolg.
- 3.7 vervolg.
- 4.1 Geef duidelijk veranderingen aan in de natuurlijke taal van de tekst van een document en van alle tekstequivalenten.
- 4.2 Schrijf elke afkorting of acroniem volledig uit in een document waar ze het eerste voorkomt.
- 4.3 Geef de
voornaamste ntuurlijke taal van een document aan.
- 5.1 Voor tabellen
met gegevens: geef rij- en kolom-headers aan.
- 5.1 vervolg.
- 5.2 Gebruik voor
gegevenstabellen met twee of meer logische niveaus van rij-
of kolomheaders opmaak om gegevens- en headercellen te
associëren.
- 5.2 vervolg.
- 5.2 vervolg.
- 5.3 Gebruik
geen tabellen voor layout, tenzij de tabel ook zinvol is
bij linearisering.
- 5.4 Als een tabel
wordt gebruikt voor layout, gebruik dan geen structurele
opmaak om visueel te formatteren.
- 5.5 Lever
samenvattingen voor tabellen.
- 5.6 Lever
afkortingen voor headerlabels.
- 6.1 Organiseer
documenten zo dat ze zonder style sheets gelezen kunnen
worden. Als bijvoorbeeld een HTML-document wordt
weergegeven zonder bijbehorende style sheets, moet het
nog steeds mogelijk zijn om het document te lezen.
- 6.1 vervolg.
- 6.2 Zorg ervoor dat
equivalenten voor dynamische content worden
geactualiseerd, als de dynamische content verandert.
- 6.2 vervolg.
- 6.3 Zorg ervoor dat
pagina's bruikbaar zijn, als scripts, applets of andere
programma-objecten uitstaan of niet worden ondersteund.
Als dit niet mogelijk is, lever dan equivalente
informatie op een alternatieve toegankelijke pagina.
- 6.4 Zorg
er in het geval van scripts en applets voor dat event
handlers onafhankelijk zijn van het invoerapparaat.
- 6.5 Zorg ervoor dat
dynamische content toegankelijk is of lever een
alternative presentatie of pagina.
- 6.5 vervolg.
- 7.1 Geef het scherm geen gelegenheid om
te flikkeren totdat user
agents gebruikers in staat stellen flikkering
te sturen.
- 7.2 Laat de content niet knipperen (d.w.z.
verander de presentatie in een regelmatig tempo, zoals
aan- en uitzetten) totdat user gebruikers in staat stellen het
knipperen te sturen.
- 7.3 Vermijd beweging in pagina's totdat user
agents gebruikers in staat stellen bewegende
content te bevriezen.
- 7.4 Creëer geen periodiek
zelfverversende pagina's totdat user
agents de mogelijkheid bieden die
zelfverversing te stoppen.
- 7.5 Gebruik geen opmaak om pagina's
automatisch te redirecten totdat user
agents de mogelijkheid leveren om
auto-redirect te stoppen. Configureer in plaats daarvan
de server om redirects uit te voeren.
- 8.1 Maak
programma-elementen als scripts en applets direct
toegankelijk of compatibel met hulptechnologieën.
- 9.1 Lever
client-side image maps in plaats van server-side image
maps behalve waar de gebieden niet kunnen worden
gedefinieerd met behulp van een beschikbaar geometrisch
model.
- 9.1 vervolg.
- 9.2 Zorg ervoor
dat elk element dat zijn eigen interface heeft
aangestuurd kan worden op een apparaatonafhankelijke
manier.
- 9.2 vervolg.
- 9.3 Specificeer voor scripts liever logische event-handlers dan apparaatonafhankelijke event-handlers.
- 9.3 vervolg.
- 9.3 vervolg.
- 9.4 Creëer een
logische volgorde van tabs door middel van links,
formulierbesturing en objecten.
- 9.4 vervolg.
- 9.4 vervolg.
- 9.5 Lever shortcuts (met inbegrip van die in
client-side
image maps) voor
belangrijke links, formulierbesturingen en groepen
van formulierbesturing.
- 10.1 Totdat user
agents gebruikers toestaan om het ongewild
openen van nieuwe vensters uit te zetten, is het beter om
geen pop-ups of andere vensters te laten verschijnen en
het actuele venster niet te veranderen zonder de
gebruiker daarover te informeren.
- 10.2 Totdat user
agents expliciete associaties tussen labels en
formulierelementen ondersteunen, is het verstandig om bij
alle formulierelementen met impliciet geassocieerde
labels ervoor te zorgen dat de label netjes is
gepositioneerd.
- 10.3 Totdat user
agents (met inbegrip van
hulptechnologieën) parallelle tekst correct
weergeven is het verstandig om een
lineairetekstalternatief te geven (op dezelfde pagina of
een andere) voor alle tabellen die tekst in
parallelle kolommen weergeven.
- 10.3 vervolg.
- 10.4 Totdat user
agents lege invoerelementen correct kunnen
verwerken is het beter om plaatsvervangende
standaardtekst in invoervelden en tekstvelden neer te
zetten.
- 10.5 Totdat user
agents (met inbegrip van
hulpechnologieën) aan elkaar grenzende links apart
kunnen weergeven is het beter om tussen aan elkaar
grenzende links afdrukbare karakters te zetten die geen
link zijn (omgeven door spaties).
- 11.1 Gebruik
W3C-technologieën en gebruik de meest recente versies als
ze ondersteuend worden door browsers.
- 11.1 vervolg
- 11.1 vervolg
- 11.1 vervolg.
- 11.2 Vermijd
afgekeurde eigenschappen van W3C-technologieën.
- 11.2 vervolg.
- 11.3 Lever
informatie zó dat gebruikers documenten kunnen
ontvangen volgens hun eigen voorkeur .
- 11.4 Als je ondanks alle inspanningen geen
toegankelijke pagina kan creëren, lever
dan een link naar een alternatieve pagina die
W3C-technologieën gebruikt, toegankelijk is,
equivalente informatie (of functionaliteit)
heeft en even vaak wordt geactualiseerd als de
ontoegankelijke (oorspronkelijke) pagina.
- 12.1 Geef elk frame
een titel, zodat je identificatie en navigatie van een
frame vergemakkelijkt.
- 12.2 Beschrijf het
doel van frames en hoe frames met elkaar te maken hebben,
als het niet uit frametitels alleen blijkt.
- 12.3 Verdeel
grote blokken informatie onder in meer beheersbare
groepen, waar dit natuurlijk en juist is.
- 12.3 vervolg.
- 12.3 vervolg.
- 12.4 Associeer
labels expliciet met hun besturingsmechanismen
- 13.1 Geef
duidelijk het doel van elke link aan.
- 13.2 Lever metadata
om semantische informatie toe te voegen aan pagina's en
sites.
- 13.2 vervolg.
- 13.3 Geef
informatie over de algemene layout van een site
(bijvoorbeeld een site map of een inhoudsopgave).
- 13.3 vervolg.
- 13.4 Gebruik
navigatiemechanismen op een consistente wijze.
- 13.5 Lever navigatiebalken
om navigatiemechanismen te accentueren en toegang ertoe
te geven.
- 13.6 Groepeer
gerelateerde links, identificeer de groep (voor user
agents) en lever een manier om de groep over te slaan
totdat user
agents dit ook kunnen.
- 13.6 vervolg
- 13.6 vervolg.
- 13.7 Maak voor verschillende voorkeuren
en niveaus van deskundigheid verschillende zoeksoorten.
- 13.7 vervolg.
- 13.7 vervolg.
- 13.8 Plaats
onderscheidende informatie aan het begin van headings,
alinea's, lijsten, etc.
- 13.9 Lever
informatie over documentverzamelingen (d.w.z. documenten
die meervoudige pagina's bevatten) .
- 13.10 Lever een
middel om ASCII-kunst van meer dan één
regel over te slaan.
- 14.1
Gebruik de duidelijkste en eenvoudigste taal die zich leent
voor de content van een site.
- 14.1 vervolg
- 14.2 Vul tekst aan met
grafische of auditieve presentaties waar ze het begrijpen
van de pagina zullen vergemakkelijken.
- 14.2 vervolg
- 14.3 Creëer
een presentatiestijl die consistent is in alle pagina's.
- 14.3 vervolg,
- Appendix A: Validatie
- Einde van de Voorbeelden.
 |