Voorbeeld voor IJkpunt |
Een tijdgerelateerde presentatie kan elke vorm van multimedia inhouden, zoals een film-, animatie- of diavertoning. Equivalente alternatieven voor deze soorten presentaties zijn bijschriften (die toegang tot geluidssporen geven) en auditieve beschrijvingen (die toegang tot beeldsporen geven).
We hebben al de noodzaak uitgelegd om een textuele transcriptie voor elk geluidsspoor (zie IJkpuntvoorbeeld 1.1l) of videospoor (zie IJkpuntvoorbeeld 1.1m) dan ook en een textuele beschrijving van het videospoor (zie IJkpuntvoorbeelden 1.1n en 1.3) te leveren. We moeten evenwel toegeven dat een teksttranscriptie alleen niet de ideale methode is om personen met handicaps een gelijkwaardige ervaring te leveren. Het wordt alom geaccepteerd dat ondertiteling op een beeldscherm dove en hardhorende mensen in staat stelt om de ervaring van een film of een multimedia product volledig naar waarde te schatten. Een bijna-equivalente faciliteit voor mensen die wel kunnen zien en horen is de levering van ondertitels bij films of voorstellingen in een vreemde taal. Een aparte textuele transcriptie die naderhand moet worden gelezen levert geen equivalente ervaring.
Vandaar het verlangen om de equivalente alternatieven te synchroniseren.
Het ondertitelingsspoor is een alternatief voor dove of slechthorende kijkers. Het geluidsbeschrijvende spoor is een alternatief voor mensen die blind of visueel gehandicapt zijn. Synchronisatie van deze alternatieven met de kernpresentatie (de video- en/of de geluidsopname) betekent dat bijna alle gebruikers de best mogelijke ervaring hebben en de meeste informatie die voor ze beschikbaar is. (Denk er wel om dat voor mensen die geen toegang hebben tot multimediaspelers of voor mensen die doof-blind zijn een transcriptie van zowel het geluid als de geluidsbeschrijvingen nog steeds het beste alternatioef is.)
Naar IJkpunten voor Richtlijn 1.|
|
|

